COMMUNICATIE IN SPREUKEN

door Gerard Feller

Spr. 18:21 – Op de tong liggen zowel dood als leven, wie aan één van beiden de voorkeur geeft, zal de vruchten daarvan plukken.

Inleiding

Het boek Spreuken geeft ons de toepassing van de wijsheid van God, die de hemel en aarde schiep, op de verschillende facetten van het leven in deze wereld van verwarring en verval. God bepaalt ons in dit Bijbelboek bij Zijn onmetelijke genade door Zijn Wijsheid toe te passen op de omstandigheden van ons praktische leven. Hij toont ons met Zijn inzicht wat de gevolgen zijn van alle wegen, waarin een mens zou kunnen wandelen. Aan iemand die onderworpen is aan het Woord, worden middelen gegeven om de weg van eigen wil en dwaasheid van het hart te vermijden. Het hart alleen is onbekwaam om de draagwijdte te verstaan van veel handelingen, die het ons ingeeft. Spreuken bepaalt ons bij de Wijsheid en Voorzichtigheid om ons te beschermen. In het boek Spreuken zijn veel lessen over communicatie te vinden. Het is een praktisch en poëtisch boek, het gaat niet om ‘oneliners’ maar om de kennis en wijsheid van de Heer (Spr. 8:8-9). We mogen niet vergeten dat het een onderdeel is van de gehele Schrift, waarvan Paulus zegt dat het geïnspireerd is door de Heilige Geest en nuttig om te onderwijzen en op te voeden. Christus is de ver personificatie van de wijsheid Gods, zoals die in Spreuken 8 te lezen is. God communiceert door het Woord (de Logos) en de Heilige Geest die de woorden in ons hart schrijft. Pas als we die Geest ontvangen hebben kan God ten volle door het Woord communiceren. In Spreuken 1: 1-4 zien we dat Hij ons als Vader wil leren. Volgens Spreuken is er een innige relatie tussen ons hart en ons spreken. In Spreuken 6:14 wordt dit verwoord met het gezegde: “Waar ons hart vol van is, daar loopt onze mond van over”. In Spreuken is er steeds sprake van dat we de woorden in ons hart moeten vasthouden (Spr. 4:20-27). Dit betekent dat de woorden vanuit ons diepste binnenste moeten komen, of eenvoudiger gezegd: woorden die we geloven. Daarvoor dienen we ons binnenste te vullen met de woorden van God, geleid door de Heilige Geest. Immers het geloof komt uit het horen van het Woord Gods. Spr. 16:23 verwoordt het als volgt: Het hart van een verstandig mens laat hem wijze woorden spreken en die vormen een overvloed van wijze lessen. De Spreuken van Salomo is niet een boek van ‘tips en trucs’ maar communicatie die doorspekt is van geloof. Uw woorden gesproken in stilte tot uzelf, tot uw hart en verstand, of hardop naar anderen uitgesproken, zijn de symptomen van de diagnose van uw hart. Niet wat de mond in gaat maakt de mens onrein, maar wat de mond uitkomt!

1. Onze woorden hebben kracht!

Ze kunnen tweedracht zaaien of genezing brengen.

Spr. 12:18 – Sommigen slaan met hun kwetsende woorden als een zwaard om zich heen, maar wat de wijze zegt, kwetst niet en is heilzaam. Iemand die de waarheid spreekt, blijft altijd overeind, bedrog is slechts een tijdelijke zaak, want eerlijk duurt het langst.

Woorden kunnen schade aanrichten of leven geven.
Spr. 11:9 – De huichelaar brengt met zijn woorden zijn naaste ten val, maar de rechtvaardigen laten zich niet van de wijs brengen en zich niet door zo’n huichelaar om de tuin leiden.

Spr. 15:4 – Gezonde woorden zijn als een boom van leven; verkeerde woorden richten echter schade aan.

2. De bron van onze woorden is belangrijk

Ze moeten geworteld zijn in waarheid

Spr. 6:12 – Een deugniet en een dwarsligger kun je gemakkelijk herkennen; je hoeft hem alleen maar aan te horen.

Spr. 6:14 – Waar zijn hart vol van is, loopt zijn mond van over.

Ze mogen niet strijd voortbrengen. Natuurlijk wordt niet bedoeld dat iemand geen conflicten kan hebben. Ze moeten die strijd niet groter maken.

Spr. 17:14 – Het begin van een ruzie is als een dijk die doorbreekt; bemoei u er dus niet mee, voordat u en anderen er in worden gemengd.

Spr. 20:3 – Het is een eer voor een man als hij ruzies vermijdt; alleen een dwaas mengt zich in geschillen.

Spr. 26:21 – Zoals kolen het vuur doen opgloeien en het hout het vuur laat vlammen, zo laat een ruziezoeker geschillen opvlammen.

3. We moeten de vaardigheid leren om effectief te luisteren

Spr. 7:24 – Wel, kinderen luister naar mij. Laat je hart niet afdwalen.

Spr. 8:33 – Luister naar mijn lessen en word wijs; onttrek u niet aan mijn onderwijs

Spr. 20:12 – De Here heeft veel dingen gemaakt, ogen om mee te zien en oren om mee te horen.

Spr. 15:31 – Wie luistert naar opbouwende terechtwijzingen, bevindt zich in wijs gezelschap.

Spr. 18:13 – Wie antwoord geeft, voordat de vraag is uitgesproken, wordt als een dwaas beschouwd.

Spr. 18:15 – Wie verstandig is, wil toenemen in kennis; hij is gespitst op wijze woorden.

Spr. 15:32 – Wie de berisping verwerpt, doet zichzelf tekort, maar wie luistert krijgt verstand en wijsheid.

Spr. 19:20 – Luister naar raad en berisping, zodat u uiteindelijk verstandig wordt.

4. We worden aangemoedigd om eerst na te denken voor we spreken

Spr. 16:32 – Een geduldig mens is beter dan een sterk mens, en wie zichzelf goed in bedwang heeft is sterker dan de man die steden inneemt.

Spr. 21:23 – Wie zijn mond en tong in bedwang houdt, vrijwaart zich van problemen.

Spr. 26:4 – Ga niet in op de woorden van een dwaas, anders verlaagt u zich tot zijn niveau.

Spr. 29:20 – Kent u iemand, die onbezonnen spreekt? Zo iemand is nog dommer dan een dwaas.

Spr. 15:28 – Een rechtvaardige denkt voordat hij spreekt, een goddeloze spuit volop vuile taal.

5. Er is een juiste timing nodig van onze woorden

Spr. 15:23 – Een passend antwoord maakt de spreker blij en wat is een woord goed op zijn tijd!

Spr. 25:11 – Goede en toepasselijke woorden zijn als gouden appelen op zilveren schalen.

Spr. 21:23 – Wie zijn mond en tong in bedwang houdt, vrijwaart zich van problemen.

Spr. 15:1 – Een zachtmoedig antwoord sust de woede, maar een tactloze uitspraak roept de woede juist op.

6. We kunnen ook teveel praten

Spr. 10:12 – Haat leidt tot onrust en ruzies; de liefde bedekt echter al het menselijk falen.

Spr.11:13 – Wie roddels verspreidt, maakt geheimen bekend; maar een tactvol en betrouwbaar mens bedekt zo’n zaak.

Spr. 13:3 – Wie zijn tong bedwingt, behoudt het leven; maar lichtvaardig spreken wordt bestraft.

Spr. 17:27,28 – Iemand die zijn verstand goed gebruikt, houdt zijn tong in bedwang; hij is bedachtzaam en scherpzinnig. Want een dwaas die zijn mond dicht houdt, wordt voor wijs versleten; voor verstandig gehouden, omdat hij niets zegt.

Spr. 18:2 – Een dwaas heeft geen behoefte aan verstand, zijn dwaze hart ligt open.

Spr. 20:19 – Een roddelaar maakt zaken bekend, die verborgen moesten blijven; bemoei u daarom niet met mensen, die u uitspraken ontlokken.

7. De toon maakt de muziek

Spr. 17:9 – Wie onrechtvaardig is behandeld, maar daar geen ophef van maakt, bevordert de liefde. Maar wie oude koeien uit de sloot haalt, raakt zelfs zijn beste vriend kwijt.

Spr. 15: 1 – Een zachtmoedig antwoord sust de woede, maar een tactloze uitspraak roept de woede juist op.

De Heer helpt met de juiste toon en antwoorden

Spr. 16:1 – Een mens kan van alles van plan zijn, maar de Here bepaalt de loop van de gebeurtenissen.

Spr. 25:15 – Een gezagsdrager laat zich door een vriendelijk geduld overtuigen; een vriendelijk woord weet zelfs het hardste hart te vermurwen.

8. Onze communicatie moet in waarheid zijn

Spr. 12:17 – Wie de waarheid spreekt, toont duidelijk wat is gebeurd; maar een vals getuige verdraait de zaak.

Spr. 12:19 – Iemand die de waarheid spreekt, blijft altijd overeind; bedrog is slechts een tijdelijke zaak, want eerlijk duurt het langst.

Spr. 12:22 – De Here verafschuwt leugens, maar wie waarachtig leeft, vindt genade in Gods ogen.

Spr. 16:33 – Koningen moeten gerechtigheid liefhebben, zij houden van mensen die rechtvaardig zijn.

Spr. 19:5 – Een valse getuige zal niet worden vrijgesproken; een leugenaar zal zijn straf niet ontlopen.

Spr. 26:18 – Wie zonder aanleiding als een razende zijn pijlen en bedreigingen om zich heenwerpt, is te vergelijken met iemand die zijn naaste bedriegt en dan zegt: “Ach, ik deed het toch voor de grap?”

Spr. 19:5 – Een valse getuige zal niet worden vrijgesproken, een leugenaar zal zijn straf niet ontlopen

9. Zoek goede adviseurs./ raadgevers 11:14, 15:22,

Spr. 24:6 – Want door goed overleg kun je de oorlog in jouw voordeel beslissen, betrouwbare adviseurs zijn de basis van de overwinning.

Spr. 1:25 – Mijn raad hebt u naast u neergelegd en mijn vermaning wees u van de hand

Spr.1:30 – Ze legden mijn adviezen naast zich neer en schokschouderden over Mijn vermaningen.

Spr. 19:20 – Luister naar raad en berisping, zodat u uiteindelijk toch verstandig wordt.

Spr. 20:18 – Goede adviezen brengen gedachten ten uitvoer. Bind de strijd pas aan na overleg.

Spr. 22:19,20 – Ik geef deze wijsheden aan u door, zodat u leert de Heer in alles te vertrouwen. Heb ik u geen hoogstaande dingen geschreven, vol wijze raad en diep inzicht?

Spr. 27:9 – Geurige olie maakt het hart blij, net zoals de goede raad die de ene vriend de andere geeft.

10. Vertel, wat mensen moeten horen, niet alleen wat ze willen horen

Spr. 29:5 – Een man die zijn naaste stroop om de mond smeert, misleidt hem.

Spr. 28:23 – Wie wordt berispt, zal merken dat hem dat goed doet, en dat het beter is dan wanneer hij naar de mond gepraat wordt.

Spr. 27:6 – De berispingen van iemand die van u houdt, worden ingegeven door vriendschap, maar vriendelijkheid van iemand die u haat, komt voort uit bedrog.

Spr. 14:25 – Een eerlijke getuige kan levens redden, een vals getuige kan iemand door bedrog de dood injagen.

Spr. 9:8 – Straf de spotter niet, want dan zal hij u gaan haten; bestraf echter een wijze, dan zal hij u dankbaar zijn.

11. Gebruik stichtelijke, opbouwende woorden

Spr. 15:4 – Gezonde woorden zijn als een boom van leven, verkeerde woorden richten echter schade aan.

Spr. 16:24 – Vriendelijke uitspraken zijn als een honingraat, zoet voor het verstand en medicijn voor het lichaam.

Spr. 12:25 – Zorgen maken het hart van een mens verdrietig, maar een bemoedigend woord maakt het weer blij.

12. Waak voor ‘zondige’ boosheid

Spr. 29:11 – Een dwaas schreeuwt van woede, een verstandig mens beheerst zich en komt tot rust.

Spr. 26:26 – Ook al tracht iemand zijn haatgevoelens te maskeren, zijn kwade voornemens zullen aan het licht komen.

Spr. 8:13 – Eerbiedig ontzag voor de Here houdt in dat u het verkeerde, de trots, de hoogmoed en de goddeloosheid haat; ook een vuil spuitende mond haat ik.

Spr. 17:19 – Wie van ruzie en onenigheid houdt, geef blijk van liefde voor de zonde.

Spr. 14:17 – Een heethoofd doet snel domme dingen, en een man die gemene dingen doet wordt gehaat.

13. Wees niet uit op wraak

Spr. 20: 22 – Zeg niet dat u het onrecht zult wreken, wacht liever op de Here, want Hij zal u bijstaan.

14. Wees nederig

Spr. 14:21 – Wie op zijn naaste neerkijkt, zondigt, maar gelukkig is hij, die zich ontfermt over mensen die het moeilijk hebben.

Spr. 16:19 – Het is beter bescheiden te zijn met vriendelijke mensen, dan de buit te delen met trotse mensen.

Spr. 29:23 – Hoogmoed komt voor de val, maar een nederig mens wordt gewaardeerd.

15. Heb ontzag voor de Here (Houd rekening met God)

Spr. 3:7 – Ga niet op je eigen oordeel af, maar koester ontzag voor de Here en ga het verkeerde uit de weg.

Spr. 13:13 – Wie Gods woord en Zijn lessen veracht, komt dat duur te staan; wie eerbiedig ontzag koestert voor het gebod, zal Gods genade vinden.

Spr. 24:21 – Koester ontzag voor de Here en voor de koning, mijn zoon, sluit je niet aan bij rebellen en opstandelingen.

Spr. 28:14 – Gelukkig is hij die ontzag heeft voor de Here, maar wie opstandig blijft, wordt in het verderf gestort.

Spr. 31:30 – Uiterlijke schoonheid is bedrieglijk en verdwijnt, maar een vrouw, die ontzag heeft voor de Here, verdient bewondering en lof.

16. Kom eerlijk voor je fouten en of zonden uit

Mijd zelfrechtvaardiging en erken dat je fouten maakt.

Spr. 14:9 – Iedere dwaas zal zijn zonden verbloemen, of daar misschien niet zwaar aan tillen, maar oprechte mensen komen eerlijk uit voor wat zij fout deden.